Klinkt gek, maar het is waar. In de 18e eeuw was Île-de-France het grootste wijngebied ter wereld, met meer dan 40.000 hectare wijngaard. De hellingen rond Parijs stonden vol met druiven, en de wijnen gingen naar de koninklijke hoven van heel Europa.
Wat ging er mis? Een combinatie van pech en stadsuitbreiding. In de 18e en 19e eeuw verdienden lokale wijnboeren steeds minder. Wijnen uit andere regio's werden populairder, ziektes braken uit en boeren begonnen hun wijngaarden te verkopen of op te geven. De groeiende stad Parijs en de vraag naar grond zorgden ervoor dat de productie bijna volledig verdween.
Einde verhaal, zou je denken. Maar nee.
De heropleving begon rustig in 1933 in Montmartre, en later in Suresnes in de jaren 60 en 80, waar nog steeds een hectare Chardonnay en Sauvignon wordt verbouwd. Sindsdien zijn er overal in en rond Parijs kleine wijngaardjes bijgekomen.
En toen kwam de echte erkenning. In 2019 werd de regio erkend als officiële geografische aanduiding: wijnmaken in Parijs is terug. Met die IGP-status kunnen wijnmakers nu officieel wijn met het label Île-de-France verkopen.
In de regio zijn meer dan 200 kleine wijngaarden de afgelopen decennia opgezet, samen goed voor zo'n 12 hectare. Klein bier vergeleken met Bordeaux of Bourgogne, maar de energie zit erin.
De meeste wijngaarden in Île-de-France richten zich op witte en mousserende wijnen. Logisch, want het klimaat is koel. Er worden meer dan 30 wijnsoorten in het gebied gemaakt, met als bekendste Chardonnay, Sauvignon en Pinot Noir.
Leuk weetje: vijf dorpen in Île-de-France, in het noordoosten van het departement Seine-et-Marne, behoren tot het Champagnegebied en produceren en verkopen commercieel mousserende wijn. Dus ja, technisch gezien wordt er Champagne gemaakt in Île-de-France.
De stijl? Fris, licht en toegankelijk. Denk aan een Chardonnay met meer spanning dan body, niet de botervette versie waar je een tukkie van doet.
Clos Montmartre is de bekendste. Het is de enige wijngaard in Parijs die zijn wijn verkoopt. De belangrijkste druivenrassen zijn Gamay en Pinot Noir. Elk jaar is er de Fête des Vendanges, een groot oogstfeest waar heel Montmartre feestviert.
Iets buiten het centrum vind je Suresnes. Drie tramhaltes van Parijs ligt de Clos du Pas de Saint Maurice in Suresnes. Hoewel klein, is het nog steeds de grootste wijngaard van de Île-de-France, met uitzicht op de Eiffeltoren.
En dan is er nog Bercy, het oude wijnkwartier. In de 19e eeuw was Bercy de grootste wijn- en sterkedrankmarkt ter wereld. Tegenwoordig staat er nog een klein symbolisch wijngaardje in het park, als knipoog naar dat verleden.
Île-de-France wordt geen nieuwe Bourgogne. Daar gaat het ook niet om. Het mooie zit in het feit dat een stukje wijngeschiedenis dat bijna verdween, weer tot leven komt. Met druiven als Chardonnay en Pinot Noir, en wijnmakers die experimenteren met urban viticulture.
De wijnen zijn lastig te vinden buiten Frankrijk. Veel flessen worden geveild voor goede doelen of alleen ter plekke verkocht. Maar dat maakt het juist leuk: het is een excuus om naar Parijs te gaan.
Volgende keer in Parijs? Skip één museum en ga op zoek naar een wijngaard. Je vindt ze in Montmartre, Bercy, Suresnes en zelfs in de schaduw van La Défense. Proost!