De temperatuur van je wijn is van grote invloed op wat je in de wijn proeft en hoe je deze ervaart. Een paar graden warmer of kouder serveren kan al een groot verschil maken. Dat klinkt overdreven, maar denk er even over na. Een ijsje dat gesmolten op je bord ligt, smaakt heel anders dan wanneer het bevroren is. Met wijn werkt het precies zo.
Bij de juiste temperatuur is alles in balans: aroma's, zuur, zoet, alcoholpercentage. Is de wijn te warm, dan komt met name de alcohol sterk naar boven en verliest de wijn aan fruitigheid. Bij een te koude serveertemperatuur gebeurt het tegenovergestelde: de aroma's zijn veel minder en de smaak is overheersend zuur. Kortom: een paar graden verschil is het verschil tussen "mwah" en "wauw".
Dit is de hardnekkigste wijnmythe van Nederland. "Rode wijn drink je op kamertemperatuur." Klopt. Maar dan de kamertemperatuur van een Frans kasteel zonder centrale verwarming. Het klassieke advies om rode wijn op kamertemperatuur te serveren stamt uit een tijd waarin huizen onverwarmd waren en kamers aanzienlijk koeler waren, rond 16 tot 18 graden. Tegenwoordig ligt de gemiddelde Nederlandse woonkamer vaak tussen de 21 en 23 graden, wat te warm is voor vrijwel alle wijnen.
Je rode wijn staat dus eigenlijk altijd te warm in je huiskamer. Onze gemiddelde kamertemperatuur van 21 graden haalt namelijk vooral de alcohol in de wijn naar boven. Vandaar dat het koelen van rode wijnen de wijn beter doet smaken. Gooi die fles gerust een halfuurtje in de koelkast voor je 'm opent.
Omgekeerd geldt hetzelfde. Vaak wordt witte wijn in de koelkast bewaard. Te koud geschonken witte wijnen verhullen helaas alle smaak en aroma. Die fles Chardonnay die je recht uit de koelkast schenkt? Die is waarschijnlijk rond de 5 of 6 graden. Veel te koud. Je mist dan precies de complexiteit waarvoor je hebt betaald.
Witte wijnen zoals Sauvignon Blanc en Riesling serveer je tussen de 8 en 10 graden. Witte wijnen zoals Chablis, Chardonnay en Viognier zijn het lekkerst tussen de 10 en 12 graden. De simpelste oplossing: haal je witte wijn een kwartiertje voor het inschenken uit de koelkast. Laat 'm even op adem komen. Je zult merken dat de smaken opeens opengaan.
Dit is alles wat je moet weten:
Hier wordt het pas echt leuk. Bij lage temperaturen komen de zuren van een wijn juist meer naar voren. Dezelfde wijn kan daardoor op een lage temperatuur veel strakker en zuurder overkomen en op een hogere temperatuur juist ronder en filmender en eventueel zoeter.
Vind je een wijn te zoet? Koeler serveren. Valt een wijn tegen omdat hij wat schraal aanvoelt? Laat 'm even opwarmen in je glas. Een fruitige rode wijn kun je nog fruitiger laten smaken door hem een paar graden kouder te serveren. Twee of drie graden meer of minder maakt het verschil.
Je hebt geen wijnthermometer nodig (al mag het natuurlijk). Gewoon even bewust nadenken over temperatuur maakt je wijnervaring direct beter. En dat is precies het soort kennis waarmee je indruk maakt zonder een woord te hoeven zeggen. Schenk maar in.